Vanavond heb ik genoten van het concert van Staff Benda Bilili in het Bimhuis. Wat een geweldig optreden en wat een mooie, vrolijke en swingende muziek. Ik ben er helemaal weg van. De cd heb ik al bij wijze van spreken 100 keer gedraaid en nu het live optreden gezien. Echt super, geweldig en heerlijk!!!
Ter educatie was er vooraf een film te zien. De Film Jupiter’s Dance (La danse de Jupiter) Music today in the ghettos of Kinshasa. Hieronder is een stukje uit Jupiter’s Dance te zien.
In onderstaand filmpje spelen ze het nummer Moto Moindo.
Nog een goed nummer: Nai Lingui
Klik >>hier<< voor Martijn z’n Contrabanda!?-filmpjes.
Ter info, een artikel uit de volkskrant;
Staff Benda Bilili: Samen met de kikkers
Door Robert van Gijssel op 09 april ’09,
Staff Benda Bilili (Crammed Discs)
De straten rond de verloederde dierentuin van Kinshasa, daar houdt Staff Benda Bilili zich gewoonlijk op. Nu gaat de groep gehandicapte en dakloze straatzangers, die de moed erin houdt met wonderschone liedjes, de wereld over.
De sologitaar valt het eerst op in de muziek van de Congolese band Staff Benda Bilili, nadat je natuurlijk al drie keer was uitgegleden over de bandnaam, bij het bekijken van de cd-hoes.
Jankgeluidjes
Deze vreemd huilende gitaar, of. . . gitaar? Snerpende metalen jankgeluidjes die de hoogte inschieten en weer terugflubberen, noten die steeds zo rond de juiste toonhoogte zweven maar die nooit exact raken. Een fretloze dobro, proberen je oren. Of een ijzeren, pizzicato gespeelde viool misschien.
De bandfoto’s bij de cd Très Très Fort moeten uitsluitsel geven. Veel bandleden met ‘gewone’ gitaar en bas, allen gezeten in rolstoelen en driewielsbrommers, maar op een van de foto’s zien we de niet-gerolstoelde Roger Landu, een 17-jarige shegué, een straatkind, met zijn zelfbouwinstrument dat hij een satongue noemt: een elektriciteitsdraad gespannen aan een houten boogje, gestoken in een blik voor poedermelk. Roger tokkelt aan de snaar, trekt aan de boog om te spannen en laat hem vieren om te ontspannen. ‘Satongue’ moet wel zoiets betekenen als ‘schroothoopharpje’.
Dan naar de volgende verbazing in het gedragen en bedwelmend zoet gezongen Afro-Cubaanse liedje Polio – over de ziekte die het merendeel van de bandleden hard heeft getroffen: de kikkers. Een stuk of dertig stevig doorkwakende koerende kikkers die de zang van bandleider Ricky Likabu amfibisch begeleiden. Een subtiel ingemixt kwaakkoor is het niet, zeker geen ideetje van een bijdehante producer die wat lokale ambiance onder het bandgeluid wilde leggen. Nee, die kikkers kwaken zoals ze altijd kwaken ’s avonds om en nabij de wijk Centre Ville, rond de verloederde dierentuin van Kinshasa waar Staff Benda Bilili immer rondhangt, slaapt op kartonnen platen, en waar Polio net als de rest van de plaat in een paar takes is opgenomen. Niet in de studio, maar op een laptop aan een ergens frauduleus ingeplugd verlengsnoer, onder de sprankelende Afrikaanse sterrenhemel.
Kijk voorbij het uiterlijk
Staff Benda Bilili, Congolees voor ‘kijk voorbij het uiterlijk’, of letterlijk vertaald: ‘schuif naar voren wat verborgen is’. Ofwel, de Kijk Verder Band, een groep gehandicapte en dakloze straatzangers en –muzikanten die de moed erin houdt met wonderschone liedjes gespeeld op een geïmproviseerd instrumentarium: de eensnarige satongue dus, bang-on-a-can percussie en opgelapte gitaren, vanuit de rolstoel.
Want dat ‘Kijk Verder’ in de bandnaam betreft natuurlijk de lichamelijke staat van de muzikanten. In Polio zingt Ricky Likabu: ‘Ik ben geboren als een sterk man, maar polio heeft me kreupel gemaakt. En kijk nu naar me, ik zit vastgeschroefd op mijn driewieler. Ik ben de man met de krukken geworden.’ Verder wil Ricky Likabu in dit smartelijke lied vooral niet klagen, want ‘het leven in Kinshasa is toch wel keihard, of je nu gehandicapt bent of niet’, maar toch roept hij Congolese ouders in Polio op het goede te doen: ‘Ga naar het vaccinatiecentrum.’
Handicapés, heten de Congolese polioslachtoffers die als outcast leven in de harde en gewelddadige stad Kinshasa, en zijn veroordeeld tot sjacheren en hosselen, het dealen van illegale alcohol aan nachtelijk zwerfvolk vanuit driewielers als pickup-rolstoelen.
Muziekgek
Zangers en bandleiders Ricky Likabu (55) en Coco Ngambali (50) hadden naast hun kruimelcriminele leven altijd een bijbaan en een grote liefde: de muziek. Sinds het optreden van de Amerikaanse soullegende James Brown in Kinshasa, in 1974, was heel Congo sowieso muziekgek geworden, liet Likabu vorig jaar per e-mail aan muziekjournalisten weten. ‘Wij hadden altijd geluisterd naar onze eigen muzikale vaders als Franco Luambo en diens band OK Jazz, maar toen de zwarte Amerikaanse muziek hier arriveerde, eind jaren zestig, was dat een openbaring. James Brown werd de grote inspirator na zijn optreden in Kinshasa.’
De danser van de band
Zo mengde de van oudsher gespeelde rumba en Afro-Cubaanse ritmes in Kinshasa met funk en soulgrooves, en later, na het Afrikaanse bezoek van die andere legende Bob Marley, met reggae. De handicapés Ricky en Coco legden zich toe op deze nieuwe Congo-sound, en zongen hun sublieme warm-Afrikaanse rumbaliedjes en Afro-Cubaanse latin, soul en reggae voor restaurants en bars, maakten een klein maar groeiend inkomen als straatmuzikant.
Staff Benda Bilili, werd de bandnaam, en de groep werkte als een magneet op andere gehandicapten rond de zoo, en op straatkinderen als Roger. Staff Benda Bilili werd een collectief, met een basis van een achttal zangers en muzikanten en een wisselende aanwaaibezetting van velen, en uiteindelijk een lokale bekendheid, een fenomeen dat je als Congolees eens gezien moest hebben.
Beschermheren
Vijf jaar geleden liepen twee Franse filmmakers, die Kinshasa als werkgebied hadden gekozen, tegen de groep aan. Renaud Barret en Florent de la Tullaye lieten het na de wonderbaarlijke ontmoeting niet bij het doneren van een paar munten, maar wierpen zich op als beschermheren van de band, bezorgden de groep een platendeal. En Staff Benda Bilili werd met de camera gevolgd; prachtige videoclips verschenen op YouTube. Films waarin de danser en choreograaf van de band, genaamd V-12, liet zien dat je zonder werkzame benen maar met heel sterke armen behoorlijk ritmisch en acrobatisch kunt dansen.
De films werden vorig jaar zomer ineens een aardig internethitje, maar daarvoor was Staff Benda Bili in Congo al doorgebroken. In 2006 namelijk zong de band in het lied Allons Voter! (Laten we gaan stemmen!) half Congo naar de stembus.
Het nummer was verspreid door de missie van de Verenigde Naties in Kinshasa, met als doel de opkomst voor de eerste echte verkiezingen sinds de onafhankelijkheid in 1960 zo hoog mogelijk te maken, en de oproep van Staff Benda Bilili schalde de hele dag uit de Congolese radio’s en werd als clip uitgezonden op tv.
Credits
Dezelfde Verenigde Naties gaven Staff Benda Bilili later ruimhartig de credits voor het eclatante succes van de verkiezingen, waarvan de opkomst vergeleken met vorige edities met 70 procent was gestegen. Maar de band nam de complimenten niet dankbaar in ontvangst. Staff Benda Bilili beklaagde zich zelfs over de fooi waarmee ze waren afgescheept. Acht bandleden hadden allen vijftig dollar gekregen voor hun verkiezingslied, en dat vond Staff Benda Bilili als royalty aan de lage kant. In 2007 klaagde de band de Verenigde Naties zelfs aan, en eiste honderdduizend dollar vergoeding. De kwestie kreeg internationale aandacht in de pers, maar dat mocht niet baten: de zaak Allons Voter kwam niet voor, en de VN hebben nooit meer iets laten horen.
Met de debuutplaat Très Très Fort, opgenomen door de Belg Vincent Kenis en internationaal uitgebracht door het Belgische label Crammed Discs, kan Staff Benda Bilili nu mogelijk haar gram halen. De plaat is wereldwijd enthousiast besproken, en de platenmaatschappij heeft laten weten dat de band dit najaar een westerse tournee zal aanvangen, waarbij ook Nederland wordt aangedaan. Met rolstoelfietsen en driewielers het vliegtuig in, maar dat mag geen problemen opleveren. Want, zo zingt de band in Polio, ‘gehandicapt zijn is niets meer dan een gemoedstoestand’.